Door: Jasper Tolhuijs, eigenaar en oprichter van De Wandelcoach Als wij zélf zo kritisch zijn op wandelcoaching…
…waarom blijven wij het dan inzetten?
Er gebeurt iets in onze praktijk waar wij zelf met enige verwondering naar kijken. Mensen die na een lange periode van ziekte, lijden en uitval bij ons binnenkomen, knappen op. Soms voorzichtig, soms verrassend snel. Onze opdrachtgevers zien het, onze coachees voelen het. En in elk geval de cijfers vanuit het UWV bevestigen dit ook. Dat is fantastisch. Maar het roept ook een ongemakkelijke vraag op. Een vraag die ik als oprichter niet uit de weg wil gaan: waaróm verklaart ons succes?
Deze tekst is vooral mijn eerlijke zoektocht, als eigenaar en oprichter. Een poging om, met dezelfde nieuwsgierigheid en hetzelfde kritische oog waarmee wij naar onderzoek kijken, ook naar onszelf te kijken. Want pas als wij begrijpen wat voor ons en onze klanten werkt, dan kunnen wij dat blijven herhalen.
Een eerlijke vuistregel
Bij De Wandelcoach hanteren wij een vuistregel:
✅van wandelen word je beter;
✅van wandelcoaching is dat nog maar de vraag.
Wie kwaad wil, kan uit die even eerlijke als kritische houding een negatieve houding tegenover wandelcoaching afleiden. Niets is minder waar. Wij zijn er juist laaiend enthousiast over. Zo enthousiast zelfs, dat het zelfs de naam van onze praktijk is geworden.
Je kunt het dus ook omdraaien: als wij zélf zo kritisch zijn op wandelcoaching, waarom blijven wij het dan inzetten? Dit jaar zelfs al tien jaar, want het is jubileumjaar. Mijn antwoord als oprichter en eigenaar is eenvoudig. Wij behalen er mooie resultaten mee. De écht moeilijke vraag is:
- waarom behalen wij die resultaten?
- Wat in de totale mix veroorzaakt het effect dat wij zien? Keer op keer.
Tien jaar, en eigenlijk net begonnen
De Wandelcoach is een relatief jonge praktijk. Opgericht in 2016, bestaan wij weliswaar tien jaar, maar pas sinds een jaar trekken wij echt aanzienlijk harder aan de kar. Wij groeien in aantallen coaches, in regio’s en in opdrachtgevers en klanten. Ondanks dat zijn wij effectief een praktijk in oprichting en die samen met anderen pioniert met wandelend coachen als interventie.
En toch, als jonge praktijk doen wij het bovenmatig goed. Structureel in tijd. Het bewijs zit in de geregistreerde kengetallen van het UWV: wij scoren als praktijk (vaak) ver boven het landelijk gemiddelde. Zowel op resultaat als op klanttevredenheid. Dat maakt de vraag alleen maar prangender. Wat in die hele mix zorgt voor dat resultaat? En misschien nog belangrijker: wat kunnen wij vanuit wandelcoaching onze opdrachtgevers en coachees wél en níet beloven? Dat antwoord is vanuit aanwezig onderzoek dus minder eenvoudig dan het lijkt. Dat blijkt wel uit de eerder blog van 12 juni 2026: Van wandelen word je beter, van wandelcoaching is dat nog maar de vraag – Deel III.
Wat onderzoek wél en niet zegt
Hier wringt het dus. Want het onderzoek naar wandelcoaching zelf is uiterst zuinig. Dat is wel heel erg vervelend voor een praktijk die wandelcoaching vertaalt heeft naar een bedrijfsnaam. Het laat onverlet, dat de wetenschappelijke tussenstand ons er toch op wijst dat wandelcoaching ongeveer even effectief is als reguliere face-to-face coaching, terwijl onduidelijk blijft of de meerwaarde nu in het coachen zelf zit of in het wandelen dat erbij hoort. Want, wandelcoaching doet niet onder voor andere vormen van coaching. Harde, even specifiek als uniek aan wandelcoaching voorbehouden voordelen zijn dus niet aangetoond.
In het kiezen tussen regulier coachen en wandelcoaching komt het feitelijk dus aan op persoonlijke voorkeur. Van de coach sowieso, en vaak ook van de coachee. En juist die vrijwillige, bewuste keuze brengt meteen – impliciet! – een ander en wél diepgaand onderzocht werkingsmechanisme in de mix: de Zelfdeterminatietheorie. Vanuit die theorie mogen wij een positief effect rond wandelcoaching met grote zekerheid verwachten. Want, doelbewust en vrijwillig kiezen voor een wijze van coaching, correleert aantoonbaar causaal met (sterk) verbeterd mentaal welbevinden.
Daarnaast is er één onderdeel van coaching dat uitstekend is onderzocht: de werkalliantie, de kwaliteit van het samenwerkingsverband tussen coach en coachee. Die kwaliteit is een belangrijke voorspeller voor een gunstig effect van coaching. En wat voor coaching in het algemeen geldt, geldt vanzelfsprekend ook voor wandelcoaching.
Er is nog aanvullend (hoopvol) onderzoek naar wandelcoaching gedaan, waar zeker effect is gevonden. Maar dat onderzoek is zo summier van opzet dat wij die hier verder buiten beschouwing laten. In relatie tot wandelcoaching is de huidige tussenstand. Verder dan dit reikt het effect wat aantoonbaar aan wandelcoaching toegeschreven zou kunnen worden niet. En die summiere resultaten staan haaks op wat wij dagelijks in de praktijk zien: de soms grote stappen in herstel, de enorm positieve reacties van klanten en opdrachtgevers. Dat schuurt. Want als wij precies wisten wat dat veroorzaakt, dan kunnen wij dat blijvend herhalen. Tot die tijd blijft het, eerlijk gezegd, in relatie tot wandelcoaching toch deels coachen op de tast. En zal de werkzaamheid van onze coaching dus ook in andere elementen moeten worden gevonden.
De hoogste en de laagste lat
Want ‘op de tast’ betekent voor De Wandelcoach niet hetzelfde als willekeur. Of, coachen op de gok. Integendeel. Zowel in onze werving en selectie als in ons coachprofiel hebben wij het omwille van de kwaliteit, veiligheid en effectiviteit van onze coaching richting de aangesloten coaches hard omschreven: je blijft ver weg van Hocus Pocus Coaching, van N=1 Coaching en van Coaching op basis van Toeval.
Daarmee geven wij uitdrukking aan de waarde van evidence-based werken in onze praktijk. Aan onze opdrachtgevers en coachees beloven wij dat wij primair inzetten wat werkt. Dat is onze hoogste lat. Inzetten wat helpt, is de laagste lat die wij hanteren: dan is er wel enige werkzaamheid gevonden, maar niet hard omschreven. Tussen die twee latten bewegen wij ons, altijd controleerbaar, nooit op goed geluk.
Alles bij elkaar genomen kunnen wij wandelcoaching op basis van het schaarse onderzoek dus veilig en verantwoord inzetten. Wij kunnen er zelfs enig effect mee beloven, zij het op smalle basis. Maar dat gevonden effect benadert nog steeds niet onze positieve ervaring en effecten voor herstel en gezondheidsbevordering die wij en onze klanten met wandelcoaching ervaren. Wij blijven dus enthousiast.
Zes factoren in de mix
Als jonge praktijk in opbouw, die bovendien pioniert met wandelcoaching, moeten wij dus doorlopend scherp blijven op wat wij doen. Op papier kunnen wij in relatie tot wandelcoaching als interventie nog weinig harde beloften doen. In de praktijk behalen wij uitstekende resultaten. Dit beschrijft dus een groot contrast. Dus nogmaals die kernvraag, nu als vertrekpunt: wat in die mix veroorzaakt het effect? Zoals ik, oprichter Jasper Tolhuijs, het zie, vallen er uit die mix maar liefst zes hoofdfactoren te isoleren:
1) Wandelen
2) Natuur
3) Opdrachtgever
4) Coachee
5) Coaching
6) Methodiek
Onder die methodiek verstaan wij overigens het wandelend coachen, plus de losstaande interventies en modellen die wij vanuit De Wandelcoach (kunnen) inzetten, met daarin onder andere de Zelfdeterminatietheorie, de waardentheorie van Schwartz en de Big Five.
Ik werk op persoonlijke titel de mix van onze vorm van wandelcoaching en hun (verondersteld) effect onderstaand per thema verder voor je uit. Loop je mee?
1) Van wandelen word je beter, aantoonbaar
Zoals je ziet is wandelend coachen eigenlijk maar een beperkt onderdeel binnen de mix. Zij loopt wel als een rode draad door alles wat wij doen. We heten immers niet voor niets De Wandelcoach. Daarmee geven wij uitdrukking aan een simpel feit: hoe het traject ook loopt, er wordt in elk geval gewandeld. Weer of geen weer. Dat weten mensen alvast vooraf en is daar ook geen discussie over.
Maar als wandelen het primaire doel was, dan zouden wij een wandelvereniging zijn. En dat zijn wij niet. Bovendien gaan wij ook hardlopen met onze klanten, en zelfs boulderen en golfsurfen. Was de beweegvorm leidend, dan waren wij een multi-sportvereniging. Ook dát zijn wij niet. Wij zijn een coachingspraktijk.
Omdat wij een coachingspraktijk zijn, staat de gekozen beweegvorm ten dienste van onze coaching. En coaching staat altijd in het teken van de persoonlijke ontwikkeling van onze klant. Wandelen moet dus bijdragen aan het persoonlijke doel van die klant. Levert wandelen geen bijdrage, dan gaan wij volgens de visie van De Wandelcoach acuut iets anders doen. Bijvoorbeeld boulderen of golfsurfen, als dat kan en past.
Daarbij vertelt sporten en bewegen ons in anamnestische zin veel over onze klant. Hoe iemand sport en beweegt, zegt veel over wie hij of zij is en over de actuele gezondheidstoestand. Die informatie gebruiken wij bij onze hypothesevorming over de ondersteuningsbehoefte, vertaald naar coachingsresultaten en gewenste interventies.
Ten slotte zetten wij zoveel mogelijk interventies in die qua effectiviteit goed onderzocht zijn. En als wij iets weten, dan is het wel dat bewegen – en wandelen is daarvan de meest toegankelijke vorm! – bewezen effectief is voor de mentale gezondheid. Daarom wordt er altijd gewandeld: zo hebben wij dit aantoonbaar bewezen effect al in onze aanpak geïntegreerd. En dat is een zorg minder.
2) Het helende effect van de natuur
Omdat wij bij voorkeur altijd in de natuur wandelen, staat de natuur op de tweede plek in onze mix. Van de natuur weten wij dat zij gevoelens van stress kan verlagen. Uit onderzoek in de omgevingspsychologie blijkt zelfs dat alleen al het kijken naar natuurbeelden, in een afgesloten ruimte, een stressverlagend effect kan hebben. Dat maakt wandelen in de natuur voor ons extra waardevol, zeker in combinatie met de beweging zelf.
Er wordt weleens verwezen naar de gezondheidseffecten van geïoniseerde lucht in de natuur. Ook dat zou, als bijvangst van wandelcoaching, natuurlijk prachtig in onze mix landen. Maar helaas. Wandelen in een natuurlijke omgeving kan bijdragen aan herstel, stressregulatie, stemming, aandacht en ervaren gezondheid. En geïoniseerde lucht, met name de negatieve luchtionen rond water, bos en regen, is onlosmakelijk onderdeel van diezelfde omgeving. Alleen, het specifieke gezondheidsbevorderende effect van die luchtionen is nog onvoldoende eenduidig bewezen. De werking van natuurcontact is waarschijnlijk multifactorieel: beweging, licht, ritme, zintuiglijke prikkels, afstand tot werkstress, aandacht, sociale veiligheid, temperatuur, luchtkwaliteit, betekenisgeving en herstelervaring spelen allemaal een rol.
Het stressverlagende effect van de natuur zelf erkennen wij natuurlijk wél, maar wij eigenen het ons niet toe. Zouden wij dat doen, dan zou dat een self-serving bias zijn: de neiging om gunstige uitkomsten aan jezelf toe te schrijven. Dat is een vorm van hoogmoed, en daar wordt niemand wijzer van. Wij als praktijk zeker niet. Wij nemen het effect van de natuur dus wel op in onze mix, en wij communiceren het ook. Alleen, wel steeds als prettige bijvangst die vanuit de arbeidsomgeving van ons werk positief bijdraagt aan het resultaat. Voor het effect van verminderde stress zijn er domweg te veel confounding factors in het spel om het aan de coaching toe te schrijven. Wij kunnen het ons niet toe-eigenen als resultaat van de coaching zelf.
3) De rol van de opdrachtgever
De Wandelcoach is als verzuimspecialist en aanbieder van re-integratiedienstverlening actief in de sector Arbeid & Gezondheid. Wij staan in contact met opdrachtgevers als werkgevers, arbodiensten en het UWV. Als zij hun werknemer of klant bij ons aanmelden, bepalen ziekte, (rest)klachten en aanwezige lijdensdruk de aanmeldindicatie: de reden voor verzuim of langdurige uitval.
De Wandelcoach is primair een coachingspraktijk en doet dus niets met de ziekte zelf. Is de ziekte vertaald naar een diagnose, dan nemen wij daar kennis van. Die kennis hebben wij. Maar wij doen er verder niets mee, want diagnosegestuurde zorg is voorbehouden aan de zorg.
Wij zijn een praktijk voor prognosegestuurde dienstverlening. Als de zorg klaar is en de patiënt stabiel genoeg is om naar de werkplek terug te keren, of zelfs opnieuw naar de arbeidsmarkt toegeleid moet worden, dan komen wij in beeld.
Als praktijk voor prognosegestuurde dienstverlening stellen wij dan de vraag: hoe ga je nu verder? Want het hebben van een (chronische) ziekte, al dan niet vertaald naar een diagnose, vertelt ons vaak slechts één ding: zó dus niet meer. Maar hoe dan wel? Welke herstelgerichte, coachbare antwoorden moeten worden gevonden op welke coachbare gezondheidsproblemen, zodat uitval op langere termijn voorkomen wordt?
De coachee moet daar competent in zien te worden. Die competentiebevordering is het wezenskenmerk van ons vak. Maar de klant is daarbij ook afhankelijk van de steun van de opdrachtgever, of dat nu een werkgever, een arbodienst of het UWV is.
Vanuit de Zelfdeterminatietheorie wordt duidelijk hoe belangrijk die rol is. De mate waarin de opdrachtgever responsief reageert op de behoefte van de coachee, is een belangrijke voorspeller voor de kwaliteit van de re-integratie, of het nu gaat om terugkeer in de eigen functie of doorplaatsing naar een andere. Diezelfde responsieve betrokkenheid bepaalt ook in belangrijke mate de verzuimfrequentie op de langere termijn.
Brengen wij de effectiviteit van onze coaching dus terug tot duurzame arbeidstoeleiding, dan zijn wij in belangrijke mate afhankelijk van die responsieve betrokkenheid. Ook hier speelt de Zelfdeterminatietheorie een voorspellende rol. Daarover zijn boeken vol geschreven, al gebeurde dat tot nu toe nauwelijks vanuit verzuim en re-integratie. Wellicht komt daar binnenkort verandering in. Duidelijk is in elk geval wel, dat de rol van de werkgever c.q. opdrachtgever van grote (confounding) invloed is in de effectiviteit van ons handelen als praktijk. Ook hier geldt, dat wij voor onze effectiviteit afhankelijk zijn van een andere factoren dan vanuit coaching te realiseren valt.
4) De rol van de coachee
Als wandelcoaching een positief effect sorteert, wat is dan de bijdrage van de coachee in die mix? Als oprichter kijk ik dan toch weer eerst naar de Zelfdeterminatietheorie.
Wie voor onze praktijk kiest, kiest bewust voor wandelcoaching. Omdat dat doelbewust en vrijwillig gebeurt, mogen wij stellen dat de keuze autonoom gemotiveerd is. En als een coachee vanuit vrijwilligheid actief invulling geeft aan de eigen ervaren autonomie, juist in een periode waarin ziekte en onzekerheid die autonomie ernstig frustreren, dan is dat een belangrijke voorspeller voor gunstig mentaal welbevinden. Je pakt niet alleen de regie terug over wie jou mag helpen, maar ook over de ziekte, het lijden en de onzekerheid die dat tijdelijk met zich meebrengt.
Vanuit de Zelfdeterminatietheorie mogen wij met redelijke zekerheid aannemen dat hier een herstelgericht en gezondheidsbevorderend effect uit voortkomt. Voeg daar vanuit de coaching op termijn een verbeterd ervaren competentieniveau aan toe, en dat effect wordt versterkt. Stelt vervolgens ook de opdrachtgever zich responsief beschikbaar op, dan is bovendien voldaan aan de psychologische basisbehoefte van verbondenheid. Dan verwachten wij het gunstigste effect, en zijn de belangrijkste instrumenten tegen uitval geactiveerd. Dan mag je wat mij betreft spreken van een veilig werkklimaat, als basis voor duurzaam preventief personeelsbeleid.
Terug naar de rol van de coachee. Wat ik met zekerheid kan stellen, is dat bij ziekte, lijden en langdurige bestaansonzekerheid het doelbewust en geheel vrijwillig kiezen voor De Wandelcoach een belangrijke voorspeller is voor een gunstig traject. En als het goed is, ook voor een duurzaam traject. Maar daar komen vooral de kwaliteiten van de coach bij kijken.
5) De rol van de coach
Hier wordt het persoonlijk. Want na het wandelen, de natuur, de opdrachtgever en de coachee kom ik aan bij de mens die wij vanuit Werving & Selectief uitkiezen en aantrekken: de wandelcoach bij De Wandelcoach. En juist hier moet ik mezelf het strengst de maat nemen. Het is zo verleidelijk om te zeggen dat wij die mooie resultaten halen omdat wij nu eenmaal zulke goede coaches hebben. Mijzelf voorop. Dat klinkt natuurlijk prachtig. Maar het is precies de hoogmoed waar ik bij de natuur al voor waarschuwde: de neiging om succes aan jezelf toe te schrijven. Die self-serving bias ligt nergens zo op de loer als hier, bij onze eigen spiegel.
Toch valt er over de rol van de coach méér met zekerheid te zeggen dan over welk ander ingrediënt in onze mix dan ook. Dat komt door één begrip dat in het onderzoek naar coaching uitstekend is uitgezocht: de werkalliantie. Waar het effect van wandelcoaching op smalle basis rust, staat de werkalliantie op een steviger fundament.
De werkalliantie beschrijft de samenwerkingsrelatie tussen coach en coachee en het behoort tot de best onderbouwde werkzame factoren die we kennen. Niet als bijzaak, niet als ‘fijn dat het klikt’, maar als één van de stevigste voorspellers van een goede uitkomst. In coachingsonderzoek zien we dat de kwaliteit van die relatie samenhangt met de uitkomsten van het traject: hoe beter de alliantie, hoe tevredener mensen zijn, en, belangrijker nog, hoe meer vertrouwen zij in hun eigen kunnen ervaren en hoe beter zij hun doelen halen. Coach en coachee sluiten als het ware een pact: we gaan hier samen iets aan doen. En in dat iets ontstaat solidariteit, saamhorigheid en richting. En klassiek wordt dat verbond zichtbaar in drie dingen:
✅ Coach en coachee zijn het eens over de doelen van het traject;
✅ Coach en coachee zijn het eens over de taken om er te komen;
✅ Coach en coachee ervaren waardering en vertrouwen bij en voor elkaar.
Lees die drie nog eens, en je ziet meteen waarom dit zo bij ons past. Het is geen toeval dat ze naadloos aansluiten op de Zelfdeterminatietheorie, die als een tweede rode draad door dit verhaal loopt. Eens worden over doelen en taken raakt aan autonomie. Waardering en vertrouwen ervaren raakt aan verbondenheid. En samen werken aan haalbare stappen raakt aan groeiende competentie. De coach is in onze mix dus niet zomaar een ingrediënt. De coach bij De Wandelcoach is degene die de andere ingrediënten met elkaar verbindt: de wandelende coach die ervoor zorgt dat de natuur, de beweging, de behoeften van de opdrachtgever en de keuze van de coachee samen één traject worden, in plaats van losse onderdelen of een serie van onsamenhangende interventies.
En precies daarom selecteer ik mijn coaches zoals ik dat doe. Wij hebben het hard omschreven in ons profiel: je blijft ver weg van Hocus Pocus Coaching, van N=1 Coaching en van Coaching op basis van Toeval. Dat is geen retoriek, maar een expliciete belofte. Een coach die werkt op aannames en onderbuikgevoel, vergroot niet alleen de kans op een mislukt traject aanzienlijk; zij vergroot ook de kans op omvangrijke gezondheidsschade en ernstige terugval.
Dat is absoluut geen kleinigheid bij mensen die leven met ziekte, lijden en bestaansonzekerheid. Of daarvan herstellende zijn. Onze klanten hebben simpelweg recht op de best mogelijke aanpak. Daarom zetten wij in wat werkt. En waar dat niet hard te onderbouwen valt, dan zetten zij op zijn minst in wat met grote waarschijnlijkheid helpt. Dat onderscheid willen wij streng bewaken. Het is het verschil tussen een professional en een ‘Hans Klok’.
Wat onze coaches bijzonder maakt, is dat ze nooit ‘zomaar een coach’ zijn. Iedere Wandelcoach is eerst en vooral Wandelcoach binnen onze context, mét daarbovenop een eigen, regulier erkend vakprofiel. De een verstaat de taal van het lichaam, vanuit een paramedische achtergrond. De ander kent de puzzel van uit een arbeidsdeskundig perspectief. Weer een ander ziet de mens altijd in relatie vanuit de regels en kaders van verzuim en re-integratie. Of maakt de vertaalslag van (psycho)pathologie, anatomie en fysiologie naar onze dagelijkse praktijk van verzuimbegeleiding en re-integratie.
Allemaal brillen, één gedeelde werkelijkheid. Die kennis gebruiken wij niet om te behandelen, want dat is voorbehouden aan de zorg. Wij gebruiken haar om te begrijpen voor welke complexe opgave onze klant staat, en om de grens tussen coachen en behandelen scherp te bewaken. Daar excelleren wij: op de medische realiteit, het derde domein in onze aanpak. Dat is geen toeval, want De Wandelcoach is ontstaan vanuit de zorg.
Daar komt nog eens onze senioriteit bij. Van een zelfstandig, extern werkende coach mag je minstens het niveau van senior practitioner verwachten. Hoe hoger het niveau, hoe meer kennis van het vak, hoe groter het vermogen om bij de coachee inzicht te laten ontstaan, en hoe beter de coach een eigen, doordachte aanpak kan realiseren. Dat is precies het kaliber dat ik aantrek: niet de coach die net begint, maar de professional die de serieuze kant van het leven kent en tegelijk kan relativeren. Want ook dat hoort bij ons.
En ten slotte de breedte van het team zoals het er nu staat. Doordat onze coaches uit zoveel verschillende vakgebieden komen, kunnen wij bij iedere klant de juiste bril kiezen. De fysieke vraag krijgt een coach met fysiek inzicht, de psychische vraag een coach met psychisch inzicht, de systemische vraag een coach die de omgeving leest. Die diversiteit is geen toevallige bijvangst van onze groei. Zij is een stille motor onder onze resultaten. Want een goede werkalliantie ontstaat nu eenmaal makkelijker wanneer de coach werkelijk verstaat waar de coachee mee worstelt.
Wat is dan de bijdrage van de coach in onze mix? Ik kan het eerlijk niet exact wegen, net zomin als bij de andere vijf factoren. Maar dit durf ik wel te zeggen: de coach maakt de alliantie mogelijk waarvan wij wéten dat zij werkt. En de coach houdt, vanuit haar of zijn specifieke profiel en ontwikkeling, de belofte overeind die onze hele aanpak draagt: gezondheid eerst, dan arbeid.
6) De methodiek van De Wandelcoach
Wij zijn dan wel een praktijk in ontwikkeling, en wij pionieren met wandelcoaching als rode draad door onze prognosegestuurde dienstverlening. Mijn praktijk groeit in aantallen coaches, regio’s en klanten. De kwaliteit, veiligheid en effectiviteit moeten daarbij even herkenbaar als herleidbaar terug te voeren zijn op onze even unieke als onderscheidende denk- en handelwijze.
Wij zitten midden in dat proces. Als oprichter en eigenaar heb ik ‘mijn’ methodiek vertaald naar een flowchart die uitdrukking geeft aan onze visie en werkwijze.
Actief in de sector Arbeid & Gezondheid zien wij het als onze maatschappelijke taak om bij te dragen aan de gezondheid, vitaliteit en fitheid van de beroepsbevolking. Omdat onze coachees altijd worden aangemeld vanuit (langdurig) verzuim door (chronische) ziekte, (rest)klachten, lijden en vaak ook bestaansonzekerheid, is arbeid op het moment van aanmelding wel het minste van hun problemen. Daarom draaien wij het om: gezondheid eerst, dan arbeid. En dat vertaalt zich terug in onze aanpak.
Wij pakken eerst de problemen rond adequaat herstelgedrag en gezondheidsbevordering op. Vaak is er een concrete reden waarom iemand is aangemeld: iets werkt niet. Dat kan medisch of psychiatrisch zijn; dan valt het buiten ons domein. Maar is er een coachbare aanleiding, en dat valt via adequate triage goed vast te stellen, dan staat de gezondheid onder druk door concreet gedrag. En dat is wél coachbaar.
Dan worden mensen klant bij ons en leren wij hen competent te leven in verenigbaarheid met:
- Het leven in het algemeen: de fysieke basisbehoeften, met de leefstijlgeneeskunde als basis.
- Het persoonlijk leven in het bijzonder: de psychologische basisbehoeften, waarvan wij weten dat ze het mentaal welbevinden daadwerkelijk verbeteren. Altijd en overal ter wereld.
- De medische realiteit: hier leren wij onze klanten competent te leven met eventueel aanwezige diagnostiek, (rest)klachten en lijdensdruk. De diagnose verdwijnt daarmee niet, maar krijgt een plaats in het leven van onze klant, zodat leven en werken goed verenigbaar worden.
De Wandelcoach onderscheidt zich op de punten 1 en 2, maar komt volledig tot leven op punt 3. Dáár excelleren wij. Dat heeft alles te maken met het feit dat De Wandelcoach is ontstaan vanuit de zorg. Wij hebben daarom kennis van ziekte en lijden, en wij gebruiken die kennis. Niet om te behandelen, maar om te begrijpen voor welke complexe opgave onze klant staat qua ziekte, behandeling en re-integratie. Die combinatie is goud gebleken.
Terug naar de vraag: wat maakt wandelcoaching vanuit De Wandelcoach zo bijzonder, en waarom zijn wij zo succesvol? Het antwoord is, zoals zo vaak bij succes, dat succes vele gezichten kent. Wij weten simpelweg niet welk ingrediënt in deze mix in welke mate voor het resultaat tekent. Wij weten alleen dat, alles bij elkaar genomen, de ingrediënten elkaar versterken en soms zelfs vermenigvuldigen. Coachend wandelen, en daarmee dus: wandelcoaching, loopt daar als een rode draad doorheen.
Zou je één ingrediënt wegnemen, dan verdwijnt de magie die wij dagelijks wel degelijk zien. Die magie zouden wij graag vastleggen, richting een steviger evidence-based karakter. Een proces dat wij nu voorzichtig opbouwen, ook samen met onze Raad van Advies en Aanbeveling. Wij zijn daarover hoopvol en gaan in onze wens naar volwassenheid de komende jaren ook zeker belangrijke stappen zetten. Tot die tijd blijven wij enthousiast aan het werk met wandelcoaching, ook al lopen onze resultaten vooruit op wat het summiere onderzoek tot nu toe heeft vastgelegd.
Literatuurlijst
Dijkstra, P., & Rondeel, E. (2019). Evidence-based coachen. Boom.
Graßmann, C., Schölmerich, F., & Schermuly, C. C. (2020). The relationship between working alliance and client outcomes in coaching: A meta-analysis. Human Relations, 73(1), 35–58. https://doi.org/10.1177/0018726718819725
Noetel, M., Sanders, T., Gallardo-Gómez, D., Taylor, P., del Pozo Cruz, B., van den Hoek, D., Smith, J. J., Mahoney, J., Spathis, J., Moresi, M., Pagano, R., Pagano, L., Vasconcellos, R., Arnott, H., Varley, B., Parker, P., Biddle, S., & Lonsdale, C. (2024). Effect of exercise for depression: Systematic review and network meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ, 384, Article e075847. https://doi.org/10.1136/bmj-2023-075847
Pearce, M., Garcia, L., Abbas, A., Strain, T., Schuch, F. B., Golubic, R., Kelly, P., Khan, S., Utukuri, M., Laird, Y., Mok, A., Smith, A., Tainio, M., Brage, S., & Woodcock, J. (2022). Association between physical activity and risk of depression: A systematic review and meta-analysis. JAMA Psychiatry, 79(6), 550–559. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2022.0609
Rondeel, E., & Dijkman, A. (2024). Zin en onzin over coaching. Uitgeverij Thema.
Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78. https://doi.org/10.1037/0003-066X.55.1.68
Vermeiden, M., Reijnders, J., Van Duin, E., Simons, M., Janssens, M., Peeters, S., & Lataster, J. (2022). Prospective associations between working alliance, basic psychological need satisfaction, and coaching outcome indicators: A two-wave survey study among 181 Dutch coaching clients. BMC Psychology, 10(1), Article 269.