Deel III - Een eerlijke zoektocht door de wetenschap, van wat wij zeker weten tot wat nog openligt Van wandelen word je beter. Maar van wandelcoaching?
De vraag die wij niet ontwijken
“Er is soms een moment, waarop je iemand je aankijkt en je jezelf afvraagt: gaat dit werken? Het is een eerlijke vraag, en zij verdient een eerlijk antwoord.'”
Dat antwoord is ongemakkelijker dan wij zouden willen. Over het wandelen kunnen wij stellig zijn: daar word je aantoonbaar beter van. Maar over de wandelcoaching, over wat wij precies toevoegen wanneer wij naast onze klant lopen en wij al wandelend het gesprek voeren, kunnen wij dat niet hardmaken. Daar bestaat geen sluitend bewijs voor.
Bij De Wandelcoach hebben wij van dat ongemak nooit een geheim gemaakt, maar juist een uitgangspunt. Wij vatten het in een vuistregel die intern iedereen kent:
Van wandelen word je aantoonbaar beter,
maar van wandelcoaching is dat nog maar de vraag.
Precies, het is de kop van dit artikel. De meeste aanbieders zouden die tweede zin nooit op de voorgrond zetten. Wij doen dat wel, omdat een vakgebied of organisatie dat zichzelf serieus neemt, durft te benoemen wat zij wel weet, en wat nog niet. En dus ook: wat zij wel waar kan maken. En wat niet.
En die vraag weegt bij ons zwaarder dan in menige coachpraktijk. De Wandelcoach werkt in de sector Arbeid en Gezondheid: wij begeleiden mensen die kort of lang ziek voor hun werk zijn uitgevallen, op hun weg terug naar werk. Wie zich bij ons meldt, draagt ziekte, restklachten en vaak een stevige lijdensdruk met zich mee. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit, de veiligheid en de zorgvuldigheid van alles wat wij doen. En dat maakt de vraag of iets echt werkt en wat wij eerlijk mogen beloven, allesbehalve vrijblijvend.
Wij nemen jou in deze long read graag mee langs ons eigen zoektocht. Stap voor stap, tot precies daar waar het bewijs voorlopig ophoudt. Eerst langs de stevige grond van het wandelen, dan langs de vraag wat de coach daaraan toevoegt, en ten slotte langs het terrein waar wij de meeste van onze klanten ontmoeten: het leven met een diagnose.
Van wandelen word je beter, en dat geldt breed
Wij beginnen bij punt één, want daar staat de grond vast. Van wandelen word je aantoonbaar beter, en dat geldt verrassend breed. Ervaar je stress, dan helpt wandelen aantoonbaar om tot rust te komen. Ervaar je metabole klachten? Dan is wandelen een van de eenvoudigste manieren om de gezondheid te verbeteren. Ook preventief. Heb je dus klachten rond hart- of vaataandoeningen, COPD of diabetes? In overleg met je arts of fysiotherapeut, wordt vaak hetzelfde advies gegeven: ga vooral ook wandelen. Wandelen is daarmee een van de best onderzochte en meest toegankelijke vormen van gezondheidswinst die wij kennen.
En dat is precies waarom wij onszelf De Wandelcoach zijn gaan noemen. Niet omdat wij bomenknuffelaars zijn, maar omdat wandelen aantoonbaar effectief is. Het eerste wat je bij De Wandelcoach dus gaat doen is wandelen: schoenen aan en naar buiten. Onze bedrijfsnaam benadrukt op voorhand, je gaat wandelen. Want daarmee hebben wij dat eerste gezondheidseffect alvast te pakken. Alles wat daarna komt, hangt af van wat wij onderweg aantreffen.
Wat geldt voor de fysieke gezondheid, geldt ook voor de mentale gezondheid. Voor wat betreft dat laatste, daar wijzen drie verschillende soorten onderzoek dezelfde kant op. Een meta-analyse van gerandomiseerde proeven liet zien dat wandelen sombere klachten met een middelgroot effect vermindert, en dat juist de somberste mensen er het meeste baat bij hadden (1).
Een cohortonderzoek onder ruim honderdnegentigduizend mensen vond dat meer bewegen samenhangt met een lager risico op depressie, met de grootste winst in de allereerste stappen (2). En een netwerk-meta-analyse van tweehonderdachttien proeven plaatste wandelen bij de werkzaamste vormen bij een vastgestelde depressie, vergelijkbaar met gesprekstherapie en sterker dan antidepressiva alleen (3).
Dat klinkt stevig, maar dat beeld moeten wij helaas nuanceren. Want van die laatste studies voldeed er maar één aan de strengste kwaliteitseis. Het tweede onderzoek toont weliswaar samenhang, alleen: geen oorzaak. De ontwikkelrichting gaat dus onmiskenbaar de goede kant. Ons punt één blijft dus snoeihard staan: Wandelen werkt!
Maar, werkt wandelcoaching?
En dan begint het lastiger te worden. Want al dat bewijs gaat over wandelen, niet over wandelcoaching. Zodra wij naast die mens gaan lopen en het een coachgesprek wordt, verandert de vraag. Voegt de coach iets toe, of had je net zo goed met een vriend kunnen gaan wandelen?
Lange tijd was het antwoord een schouderophalen. Maar er begint zicht te komen. In het boek Zin en onzin over Coaching nemen Eefje Rondeel en Aveline Dijkman de wetenschap rond coaching kritisch onder de loep, en zij wijden er een heel hoofdstuk aan wandelcoaching (4). Hun tussenstand is nuchter en, eerlijk gezegd, voorzichtig positief. Wandelcoaching doet niet onder voor gewone coaching aan tafel. En op het gebied van geestelijke gezondheid lijkt het zelfs iets toe te voegen ten opzichte van samen wandelen met een vriend of vriendin. Loopt er een coach met je mee, dan houd je waarschijnlijk minder stress- en burn-outklachten over dan wanneer je niets zou doen (4, 6).
Er worden dus wel degelijk effecten gevonden. Maar het is nergens hard bewijs. De onderzoeken zijn klein, kennen haken en ogen, en, misschien wel het belangrijkst, het blijft grotendeels onduidelijk welk werkingsmechanisme er onder die effecten ligt. Wij weten dus iets, maar nog lang niet genoeg. En dat doet ertoe. Want zeker als praktijk die De Wandelcoach heeft, is essentieel te weten welk effect je wel en niet mag beloven aan klanten en opdrachtgevers. Juist die eerlijkheid houdt ons scherp op de kwaliteit, de veiligheid en de zorgvuldigheid van onze coaching, en op de vraag die wij onszelf telkens blijven stellen: wat zijn wij met wandelcoaching als interventie nu eigenlijk aan het doen?
Laten wij inzoomen: het leven met een depressie
Het zicht op dat beeld begint wel steeds scherper te worden, en het is de plek waar wij in onze praktijk ook verreweg de meeste van onze klanten ontmoeten: het leven met een depressie / burnout. Maar voor ik daar het bewijs langsloop, moet ik helder zijn over hoe wij werken, want anders wordt alles wat volgt verkeerd begrepen.
De Wandelcoach werkt nooit diagnosegestuurd. Wij doen niets met de diagnose, en dus ook niets met de ziekte zelf; dat is het werk van de zorg. Wij werken prognosegestuurd. Bij ons leeft de klant met een depressie en dat is dan een gegeven; een feit in het leven van onze klant. Anders dan de zorg stellen wij de vraag: Hoe richt je je leven en je werk zo in dat je, met die diagnose, zo goed mogelijk kunt leven en werken? Wij richten ons op de kwaliteit van leven en arbeid, waarvan de depressie een onderdeel van dat leven is. Wij lossen het dus niet op, maar integreren de diagnose in dat leven. Met arbeid als betekenisvolle activiteit. Zo houden wij ons werk scherp gescheiden van de zorg, en blijft de behandeling waar zij hoort, bij de arts en de therapeut.
In onze praktijk komt de diagnose depressie ,waar burnout ook onder valt, veel voor. Niet vreemd, want zij wordt ook veel gesteld. En binnen die groep zien wij veel vooruitgang. Maar precies daar dringt onze vuistregel zich opnieuw op. Wij weten dat je van wandelen beter wordt. Maar word je dat ook van de wandelcoaching. Ook wanneer er een depressie in het spel is? En als wij vooruitgang zien, komt die dan door het wandelen, of door de manier waarop wij coachen?
Het eerlijke onderzoek
Dat is een eerlijke en moeilijke vraag, en voor het eerst is er een onderzoek dat haar rechtstreeks probeert te beantwoorden. Studenten van de Open Universiteit legden wandelcoaching naast twee alternatieven die elk de helft van het verhaal vertegenwoordigen: gewone coaching binnenskamers, die wel de coach heeft maar niet de natuur en de beweging, en samen wandelen in een groep, die wel de natuur en de beweging heeft maar niet de coach (4, 5). Dertig wandelcoachees, zesenvijftig groepswandelaars en negentig mensen die binnen werden gecoacht.
De opzet verdient een compliment, want door twee actieve vergelijkingsgroepen te gebruiken kun je het eigen aandeel van de coach en dat van de natuur uit elkaar trekken. De uitkomst, voorzichtig geformuleerd: op welbevinden was er geen verschil. Maar op geestelijke gezondheid gingen de wandelcoachees meer vooruit dan de groepswandelaars, en op het behalen van hun doelen meer dan de mensen die binnen werden gecoacht. Met andere woorden: de coach lijkt iets toe te voegen aan de kale wandeling, en de wandeling lijkt iets toe te voegen aan de coaching.
En dan de beperkingen, die de onderzoekers zelf nadrukkelijk benoemen. Er was geen loting, dus of de vooruitgang werkelijk door de wandelcoaching kwam, is niet zeker. De wandelgroep was klein en de periode kort. Bovendien verschilden de groepen al bij aanvang: ruim de helft van de wandelcoachees had stevige stress- of burn-outklachten, terwijl de groepswandelaars voor hun plezier liepen.
De wandelcoachees begonnen dus op een lager punt en hadden meer ruimte om te stijgen. Dat is geen detail, maar een serieuze verklaring die naast de wandelcoaching overeind blijft: mogelijk boekten zij vooral meer vooruitgang omdat er bij hen meer te winnen viel. De onderzoekers trekken daarom een voorzichtige conclusie, en die nemen wij over. Wandelcoaching doet in elk geval niet onder voor gewone coaching, en lijkt op geestelijke gezondheid iets toe te voegen boven samen wandelen, maar meer en beter onderzoek is nodig om dat te bevestigen.
Wat dit onderzoek voor ons wel extra bruikbaar maakt, los van de bewijskracht, is de groep die werd onderzocht. De deelnemers waren grotendeels mensen met stress- en burn-outklachten, en daarmee lijken zij op onze eigen klanten. Dat zegt niets over de grootte van het effect, maar wel iets over de toepasbaarheid: wat hier is gemeten, is gemeten bij mensen zoals die wij begeleiden.
De boeiender vraag: waarom zou het werken?
Langzaamaan begint toch ook punt twee te kantelen. En dan dient zich een nog veel interessantere vraag aan dan enkel of het werkt. Namelijk: waarom werkt het dan. En daar lopen twee sporen samen die ons vak van binnenuit raken.
Het eerste spoor loopt door de natuur en de beweging. De natuurlijke omgeving lijkt onze aandacht en ons probleemoplossend vermogen te herstellen, daglicht en beweging hebben hun eigen gunstige werking, en het naast elkaar lopen, in plaats van tegenover elkaar zitten, maakt het gesprek minder beladen en gelijkwaardiger (4). Dat zijn geen bewezen conclusies, maar plausibele verklaringen.
Het tweede spoor is voor ons het meest boeiend, en zij loopt via de therapie. Hoe meer onderzoekers begrijpen waaróm gesprekstherapie werkt, hoe duidelijker het wordt dat een groot deel van dat effect niet in de techniek zit, maar in de relatie: in vertrouwen, in afstemming, in een gedeeld doel. Onze bronnen noemen dat de werkalliantie, en wijzen haar aan als een van de sterkste voorspellers van een goede uitkomst. Coaching deelt die relationele kern met therapie; zelfs al is coaching geen therapie. En dus geeft elk nieuw inzicht in waarom de relatie in therapie werkt, ons indirect zicht op hoe coaching zou kunnen werken bij iemand met depressieve klachten. Niet als bewijs, maar als een steeds beter onderbouwd vermoeden.
Of je nu wel of niet wandelt: het opvallende is dat wandelcoaching die twee sporen, de natuur en de relatie, in één eenvoudige handeling bundelt. Niet als slim ontworpen interventie, maar als vanzelfsprekend gevolg van wat het is: samen buiten lopen en praten. Daar ligt, vermoedelijk, waarom een begeleide wandeling meer zou kunnen zijn dan de som van bewegen en praten. En daar wordt punt twee, met de jaren, langzaam scherper.
De vuistregel als uitnodiging
Wat blijft er over van onze ijzeren vuistregel? Zij blijft staan. Van wandelen word je beter, dat is stevig. Van wandelcoaching is het nog maar de vraag, dat is eerlijk. Maar de tweede zin klinkt anders dan eerst. Zij is geen verlegen bekentenis meer, maar een uitnodiging: om te blijven kijken, te blijven meten, en ooit zelf bij te dragen aan het onderzoek dat ons vak verdient.
Want De Wandelcoach is een praktijk in opbouw, die pioniert met wandelcoaching als interventie. Wij zoeken de grenzen van ons vak op en verkennen ze, terwijl wij de grens met zorg, therapie en behandeling met nadruk respecteren en actief bewaken. Die professionalisering doen wij niet alleen op eigen kracht, maar ook onder de kritische blik van onze Raad van Advies en Aanbeveling. Eerlijk zijn over wat wij nog niet weten, is daarbij geen slordigheid die wij gedogen, maar een norm die wij hooghouden.
Wat dit verandert aan hoe wij coachen
Intussen verandert het bewijs wél iets aan ons dagelijks werk. Het grote depressieonderzoek vond dat sombere mensen baat hadden bij een duidelijke, gestructureerde opdracht in plaats van veel vrije keuze (3). Waar wij geneigd zijn een overweldigde mens alle ruimte te geven, pleit dat voor zachte maar heldere kaders: een vast moment, een herkenbare route, een afspraak om samen te gaan. Tegelijk weten wij dat te veel sturing de motivatie ondermijnt, dus de kunst is een warme, duidelijke richting waarbinnen de klant eigenaar blijft van zijn doel. En de eerste stap telt het zwaarst: klein beginnen is niet de mindere keuze, het is waar de meeste winst woont (2). De verbinding waarin wij lopen is daarbij vermoedelijk geen bijzaak, maar mede de werkzame stof.
Altijd naast de zorg, nooit in haar plaats
Juist omdat het bewijs voor bewegen zo overtuigend wordt, scherpt het onze grens aan in plaats van haar te vervagen. Wij werken prognosegestuurd, niet diagnosegestuurd, en die keuze is geen woordenspel maar onze bescherming en die van de klant. Hoe krachtiger het middel, hoe groter de verleiding om het als behandeling in te zetten, en precies dat mogen wij niet. Een goede coach kent de grens van zijn bekwaamheid en zoekt de samenwerking met een arts of behandelaar wanneer de klachten die grens overschrijden. Verwijzen is geen falen, het is een vakkundige daad. Wij blijven daarna vaak gewoon meelopen, soms ook naast de zorg.
Daarbij helpt het te weten dat niet elke somberheid dezelfde is. De ene komt voort uit een biochemisch ontregeld brein, de andere uit een leven dat is uitgehold, met verloren werk, verloren ritme, verloren betekenis. Wij hebben dat onderscheid elders apart uitgewerkt, maar de gevolgtrekking past hier. Het bewijs dat bewegen en verbinding helpen, geldt het zuiverst daar waar een leven weer gevuld mag worden, en dat is precies ons domein. Waar de somberheid vooral biochemisch wortelt, is de wandeling een waardevolle metgezel van de zorg, maar niet de zorg zelf.
Wat dit oplevert, en voor wie
Wij werken in Arbeid en Gezondheid, en rond elke wandeling staan meer mensen dan alleen de coachee: een werkgever die zijn werknemer terug hoopt te zien, een arbodienst en een bedrijfsarts die de gezondheid bewaken, en vaak het UWV, dat de re-integratie volgt en bekostigt. Het is eerlijk om te vragen wat al die partijen aan ons werk hebben. Voor de coachee, de werknemer die ziek is uitgevallen of afhankelijk is van een uitkering, is de winst het meest direct. Wandelen is laagdrempelig, kost niets en levert aantoonbaar gezondheidswinst op, meteen vanaf de eerste stap. En omdat wij prognosegestuurd werken, gaat het niet over de ziekte, maar over de vraag hoe je met die ziekte zo goed mogelijk kunt leven en werken. Dat geeft een mens iets terug wat in ziekte vaak wegvalt: regie, ritme, en het gevoel weer iets te kunnen, in plaats van enkel patiënt te zijn.
Voor de werkgever, de arbodienst en het UWV zit de waarde net zo goed in wat wij níét beloven. Wij verkopen geen wondermiddel en geen snelle genezing, maar een goed onderbouwde, veilige en zorgvuldige aanpak die naast de zorg staat en haar grens respecteert. Dat maakt ons een betrouwbare partner van de bedrijfsarts, geen concurrent. Daar komt een praktisch voordeel bij dat de onderzoekers zelf benoemen: begeleiding in de natuur is een goedkoper en duurzamer alternatief dan begeleiding op kantoor, online of telefonisch, en wandelen in gezelschap kan zelfs preventief worden ingezet (5). Voor een opdrachtgever die stuurt op duurzame terugkeer en op verantwoorde inzet van middelen, is dat geen bijzaak.
Wat wij leveren is dus geen belofte over hoe snel iemand terug is, want die belofte zou het bewijs niet dragen. Het is een aanpak waarvan het bewegende deel aantoonbaar werkt, waarvan het begeleidende deel veelbelovend maar nog niet bewezen is, en waarvan de grenzen helder zijn. Voor een sector die draait op vertrouwen tussen werknemer, werkgever, arts en uitvoerder, is die eerlijkheid zelf een opbrengst.
Dat vertrouwen is intussen ook zichtbaar buiten de wetenschap, in de praktijk zelf. Onder de doelgroep van het UWV scoort De Wandelcoach al jaren hoog op klanttevredenheid, en die lijn zetten wij in 2026 onverminderd voort, met een 10 voor Modulaire Re-integratiediensten en een 9 voor Werkfit. Op alle re-integratiepercelen waarvoor wij actief zijn, behalen wij honderd procent resultaat. En bij werkgevers, in sectoren als de zorg, woningcorporaties, offshore en de kinderopvang, vertaalt zich dat in opdrachtgevers die traject na traject bij ons blijven inkopen. Dat is geen wetenschappelijk bewijs dat de wandelcoaching werkt, en zo presenteren wij het ook niet. Maar het is de dagelijkse uitkomst van zorgvuldig werk. Als praktijk in opbouw willen wij dat nog beter onderbouwen, ook in hoe wij onze resultaten vastleggen. Dat is onze noodzakelijke volgende stap.
Terug aan de keukentafel
En zo komen wij terug bij die ene vraag, vroeg in een traject. Gaat dit werken? Het eerlijke antwoord is rijker geworden dan een jaar geleden. Van het wandelen weet ik het: dat helpt, en breed. Van de wandelcoaching kan ik nog steeds niet zeggen dat het bewezen is, maar wel dat het eerste directe onderzoek en de vermoede mechanismen hoopvol dezelfde kant op wijzen, en dat wij precies dat blijven onderzoeken. Geen genezing dus, en geen toverpil. Wel een goed onderbouwde richting, naast de zorg en nooit in haar plaats.
Dat is, vermoedelijk, wat een serieus vak onderscheidt van een mode. Niet de stelligheid waarmee het zijn waarde verkondigt, maar de eerlijkheid waarmee het zijn eigen vraagtekens benoemt, en het geduld waarmee het op antwoorden wacht. Wij lopen die vraag niet voorbij. Wij lopen ermee.
Maar dan, wij zijn niet afhankelijk van dat antwoord. En wellicht zit het bijzondere van onze aanpak juist in het feit dat wij dat ook niet hoeven te claimen. Wij bouwen onze waarde niet op een overspannen belofte over wandelcoaching, maar op een methodische werkwijze waarin wandelen slechts één van de middelen is.
Onze opdracht ervaren wij dan ook groter: mensen opnieuw competent leren leven. In verenigbaarheid met het leven in het algemeen, met hun persoonlijke leven in het bijzonder, met de realiteit van ziekte, klachten en lijden, en uiteindelijk met arbeid als betekenisvol onderdeel van dat leven. Dáár begint duurzame inzetbaarheid. Niet bij de wandeling zelf, maar bij wat iemand door onze begeleiding weer leert dragen, kiezen, doseren, opbouwen en volhouden.
Literatuurlijst
Onderzoeken en bronnen waarnaar in de tekst wordt verwezen
- Xu Z, Zheng X, Ding H, Zhang D, Cheung PMH, Yang Z, Tam KW, Zhou W, Chan DCC, Wang W, Wong SYS. The Effect of Walking on Depressive and Anxiety Symptoms: Systematic Review and Meta-Analysis. JMIR Public Health and Surveillance, 2024;10:e48355. doi:10.2196/48355.
- Pearce M, Garcia L, Abbas A, Strain T, Schuch FB, Golubic R, Kelly P, Khan S, Utukuri M, Laird Y, Mok A, Smith A, Tainio M, Brage S, Woodcock J. Association Between Physical Activity and Risk of Depression: A Systematic Review and Meta-analysis. JAMA Psychiatry, 2022;79(6):550-559. doi:10.1001/jamapsychiatry.2022.0609.
- Noetel M, Sanders T, Gallardo-Gomez D, Taylor P, del Pozo Cruz B, van den Hoek D, Smith JJ, Mahoney J, Spathis J, Moresi M, Pagano R, Pagano L, Vasconcellos R, Arnott H, Varley B, Parker P, Biddle S, Lonsdale C. Effect of exercise for depression: systematic review and network meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ, 2024;384:e075847. doi:10.1136/bmj-2023-075847.
- Rondeel E, Dijkman A. Zin en onzin over coaching. Uitgeverij Thema, 2024 (hoofdstuk over wandelcoaching). ISBN 9789462724198.
- Thelen I, Simons M, Völlink T, Lataster J. Coaching met de kracht van de natuur: Onderzoek naar de kortetermijneffecten van wandelcoaching. Tijdschrift voor Coaching, 2024;(3):38-44.
- van den Berg AE, Beute F. Walk it off! The effectiveness of walk and talk coaching in nature for individuals with burnout- and stress-related complaints. Journal of Environmental Psychology, 2021;76:101641. doi:10.1016/j.jenvp.2021.101641.